Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 109 —
tlan eens, en wel op gezette lijden, gelegenlieid te geven
om aan de natuurlijke behoefte te voldoen; zoo gewent
bet gestel zicb bijtijds en gemakkelijk aan een' bepaalden
regel. Als bel kind wat traag van ingewanden mögt zijn,
is dikwijls eenige verandering in de keus van bet voedsel
voldoende om bel kwaad te verhelpen; dagelijks wat meer
groenten of wat versehe fruit kan hier ten goede werken;
want is hel gebruik van een weinig vleeschkosl bevor-
derlijk voor den krachtigen groei van het kind, groenten
en gestoofde of raauwe, maar altijd rijpe vruchten moeten
er meê verbonden worden om de verschillende afschei-
dingen, die van de urine, den stoelgang, de huiduitwase-
ming, in geregelden gang te hoiulen. Ook is waterdrin-
ken tol dit einde allernuttigst. Ziet ook toe, dal uwe
kinderen zich gewennen, dagelijks altijd op hetzelfde uur
naar 't geheim gemak te gaan, en lel wel op, dat zij
zich behoorlijk den tijd gunnen, en dal, als de behoefte
zich op ongewone tijden mögt opdoen, zij ook dan geen
uitstel zoeken. jMen ziel dikwijls, dat kinderen, ik weet
niet door welke verkeerdheid gedreven, al maar uitstel-
len en uitstellen om eene kleine boodschap le gaan doen;
deze verkeerdheid mag vooral niet tot gewoonte worden,
omdat graveel, steen, of andere ziekten van de blaas daar-
van hel gevolg kunnen zijn."
Lena. Mijn goede Doctor! gij praat er fraai overj gij
weet niet bij ondervinding, hoe moeijelijk het is de kin-
deren zindelijk le krijgen.
Doctor. Ontken ik dat dan? In tegendeel: ik geef aan
de moeders de eer, die haar toekomt.
Lena. Bij dag de kleinen zindelijk te krijgen, is nog
niet zoo moeijelijk, als om 'l zoo ver te brengen, dat zij
zich 's nachts in 't bed niet nat maken.
Doctor. Ja menig kind behoudt die walgelijke hebbe-
lijkheid tol in 't derde, vierde jaar, en zelfs langer. Wat
dan te doen? Vooreerst de kleinen, als zij 's avonds gaan
slapen, aan de natuurlijke behoefte te laten voldoen, hen
vervolgens eenige uren later, als men zelf naar bed gaat,
nogmaals te helpen, en 's ochtends, als zij zich veront-
reinigd he})ben, te straffen, door hun een of ander klein