Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 107 —
"Kijk, daar is zij weêr, die wijsneus! Of zij nu met
dit kind dezelfde kunsten zal beginnen als met liet an-
dere? 't Zal duizend wonder wezen, als 't weêr zoogoed
uitvalt!" Al bad klara de aanmerking van Jufvrouw van
der terp kunnen verstaan, zij zou er zich niet in 't
minst aan gestoord hebben: wat zij eenmaal als goed er-
kend had, zette zij door, ten zij men haar met geldige
redenen kon overtuigen, dat zij dwaalde; maar grondige
redenen bij te brengen, dat was de zaak van Jufvrouw
van der terp vooral niet: kakelen is geen eijeren leggen.
Op zekeren achtermiddag had klara hare vriendin lena
bij zich, die zich anders nog al cordaat hield, maar nu
juist weer in een klagerige bui was. "Ach!" zei ze,
"daar heb ik nu toch twee bloeijen van kinderen, die
geen van beiden loopen kunnen! Dag noch nacht is er
rust voor mij, en dan dat altijd redderen van groote of
kleine boodschappen.... er zijn oogenblikken, dat mijn
hart mij omkeert in mijn lijf. ..."
Klara. Rozegeur is anders, dat weet ik ook. Maar
w at helpt het, of w ij den neus al optrekken ? Wij blij-
ven er toch de naaste toe om onze kinderen te reinigen. . .
eene dienstbode doet het niet met zooveel hartelijkheid en
dus ook niet zoo goed.
Terwijl dit gesprek voorviel, zat westers in een' ande-
ren hoek van de kamer willem te beduiden, hoe hij
eenige toestellen voor ligchaamsoefeningen, die bij de dorp-
school zouden worden ingevoerd, vervaardigd wenschte
le zien. De woorden van klara gehoord hebbende, wend-
de hij zich tot de vrouwen, en zeide:
"Zoo spreekt het echte moederhart, dat voor de jonge
kinderen gaarne alles in alles wil wezen, en zoo denkt
onze lena er ook over, al klaagt zij eens. Ziet, moeders!
dat vind ik juist zoo mooi, ik moest liever zeggen zoo
verheven in u, dat gij, voor de hoogste belangen van uwe
kinderen wakende, ook willig afdaalt tot hulpbetoon, waar-
van ieder ander afkeerig zou wezen! Door die alles be-
lialve aanlokkelijke diensten, bewijst gij dan ook aan uw e
kinderen eene waarlijk groote weldaad. Bij de verpleging
van uwe kleine kinderen moet dc leus wezen: zindelijk-