Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 105 —
spreken moet, spreekt, als men er over nadenkt, van zelf;
een kind kan niet anders spreken, dan zoo als liet hoort
spreken; dit is klaar: zoo de ouden zongen, zoo piepen
de jongen; maar gij zeidet ook, dat men de kinderen op
een' ongedwongen trant en zonder geniaaktiieid moet voor-
spreken, zie, dat bevalt mij. Ik kan die malle deftigheid
niet verdragen, waarnieè sommige ouders hunne kinde-
ren toespreken, en nog Acel minder die o\erdrevene en
gezochte beleefdheid. Een mijner kneclits en zijne vrouw
zeggen altijd uee tegen iiunne kindei en, en de kinderen
zeggen prompt uee tegen ieder, zelfs tegen hun hondje.
Maar zoodra de kindereu iets doen, dat aan de ouders
niet bevalt, weg is de beleefdlieid, en in plaats van uee s,
regent het scheld^\oorden en klappen. Moeten zidke kin-
deren niet gaan meenen, dat beleeldheid niet dan vein-
zerij is? En is het \oor de kinderen niet duizendmaal
nuttiger ongedwongen en natuurlijk tot hen te spreken?
"N'^ALKESUUtZK. Juist, WILLEM! hoe eii wat de jonge kin-
deren hooren spreken, is \'an duurzanien onuitAvischbaren
invloed op hunne geheele vorming. jNiet alleen dat zij zich
de bewoordingen, de uitsjiraak, den tongval eigen maken
Aan de menschen, die zij hooren spreken, maar zij nemen
zelfs onwillekeurig de denkwijs en hartstogten over, die
uitgedrukt AVorden in de taal van de hen omringende per-
sonen. Ik zou AN el aan alle moeders Avillen toeroepen:
zorgt toch dat uwe kinderen, hoe jong zij ook nog zijn mo-
gen, nooit gemeene en lage uitdrukkingen, veel minder
nog lasterlijke verAvenschingen liooren. Houdt uw kind,
uw' schat, verre van hen, die er eene eer in stellen
liunne lippen door goddelooze spreekAvijzen te bezoedelen.
L av lieveling zou die booze taal overnemen of het de on-
schuldigste taal van de Avereld Avare, en onbemerkt zou de
nog onbesmette ziel liet vergif der zedeloosheid inzui-
gen. Zoo het kind daarentegen altijd omringd is van men-
schen , die geAvoon zijn denkbeelden, aan zedelijke Avezens
))assende, in voegelijke beAVoordingen uit te drukken, zal
liet niet alleen, zonder opzettelijk onderrigt in het spreken
ontvangen te hebben, langzamerhand beter en beter be-
spraakt Avordeii; maar de zedelijke vorming zal zoo doende