Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 101 —
iieesmiddeleii voorscliiijveii; maar uw kind is niet ziek;
alleen zijn, zoo als ik zeide, de beentjes, uit gebrek aan
beweging en oefening, in groei achterlijk gebleven. Gij
moet nu trachten in te halen , wat in dit opzigt verzuimd
is. Terwijl gij voortgaat uw kind ligt verteerbare en te-
vens voedzame spijs te geven; voortgaat het ieder' dag
over het geheele lijf fiksch te wasschen; voortgaat het da-
gelijks bij goed weèr in de open lucht te brengen, moet
gij het zooveel mogelijk vrij laten in zijne bewegingen. Gij
moet het op den grond van uwe kamer neerzetten, om
daar rond te kruipen; bij zacht en droog weder moet
gij het buiten's huis in een' hoop zand plaatsen, en het,
terwijl 't daarin zit, spelenderwijs aansporen, om, al is 't
ook op handen en voeten, tot u te naderen; voor 't overige
moet gij geduld oefenen; als uwe kleine maar eerst wat
rondkruipt, zal zij eindelijk wel tot staan en loopen ko-
men. Ik zou u zelfs afraden, haar op hare voetjes te zet-
ten, vóórdat zij blijk geeft zich van den grond te wil-
len opheffen.
Lena. Ik zal dan maar geduld hebben; ik geloof zelve,
dat er niet veel anders aan te doen zal zijn.
Doctok. Maar nu moest gij mij beloven, dat, als gij
een tweede kind hebt, gij het niet zult laten inbakeren,
en het van de vijfde maand af dagelijks op den grond
van uw vertrek zult neerleggen; ik durf dan alles ver-
wedden , dat het, zoo het gezond mag blijven, met het
jaar loopen zal.
XVL
DE KLEINE ALBERT BEGINT TE LEEREN
SPREKEN.
De oude Dorpsonderwijzer plagt aan zijne leerlingen, on-
der welke, gelijk wij weten, ook klara in der tijd behooxd