Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 99 —
dal liel voor een kind, dat loopen leert, zijn nul lieefl enkele
malen een' weinig beduidenden val te doen ; want dal is de
regte wijs om voorzigligbeid te leeren. Als men zijn kind
telkens toeroept: val toob niet! bezeer u tocb niet! maakt
)nen bet vreesaclitig, en vreesachtig mag het vooral niel
worden. Als hel een' kleinen val doet, die hel voelt, zon-
der er al te veel pijn van te hebben, zal het zich een'
volgenden keer beter in acht nemen en eens voor al zijn
evenwigl beter leeren bewaren. Daarbij komt, dat kin-
deren , die uil zich zelve zx^nder leiband of ander hulp-
middel leeren loopen, bijna altijd zóó vallen, dat zij zich
niet zeer doen; want terwijl zij zich in 'l loopen oefenen,
oefenen zij zich ook — om zoo te spreken — in 't vallen
en komen, öf op de handjes, óf op hun dikste vleesch
neer, en dit laatste vooral doet geen pijn, als men zoo
laag bij den grond en van achteren zoo wèl voorzien is als
gezonde kinderen plegen te zijn; terwijl daarentegen dc
kleinen, die gewoon zijn aan leibanden het bovenlijf, ter-
wijl zij loopen, te veel voorwaarts dragen, en als zij val-
len, met hel hoofd geducht tegen den grond smakken.
Lena. Ik geloof ook, dat, als het kind maar een' dik-
ken valhoed op heeft, men zoo bang niet behoeft te zijn.
Doctor. Spreek mij niet van dikke valhoeden, lena!
spreek mij niet van valhoeden; ongezonder dingen be-
slaan er niet. In mijne opstellen, die klara u ter lezing
gegeven beeft, heb ik de redenen vermeld, waarom hel
zoo schadelijk is de hoofden van de kinderen le broei-
jen. Kan men nu iets uitdenken, dal erger broeit, dan
die dikke, fluweelen, met watten opgevulde, valhoeden?
Laat de Turken, als zij willen, hunne hoofden door
tulbanden verwecken, hel hoofd van een kind in ons
A'^aderland geboren, mag niet gebroeid, mag niet weeker
gemaakt worden dan hel reeds is. In tegendeel, de pligl
van de ouders brengt meè, de hoofden hunner kinderen
langzamerhand met voorzigligbeid te harden. Wil de moe-
der toch iets doen, om haar kind tegen de gevolgen van
een' mogelijken val te beveiligen, dan geve zij liever een
van die baleinen kroontjes, zoo als tegenwoordig gebrui-
kelijk zijn; maar ook die kan men in de meeste gevallen