Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
ie laten, aan zijn kind vreegtijdig de kracht Lezorge om
te kunnen loopen. Doet men dit, dan mag men hét lee-
ren loopen zelf gerust aan de Nattiur oa'erlaten, want het
kind alleen kan voelen, of het kracht genoeg heeft om te
slaan en of de tijd om le leeren loopen gekomen is.
Lena. Meent ge dan ook, dat leibanden overbodig zijn ?
Doctor. Overbodig niet alleen, maar geheel schade-
lijk. Als men een kind leibanden aandoet, dan hangt
het daarop, in plaats van door eigen kracht te staan of
te loopen; de schoudertjes ■worden naar boven getrokken
en de borst bekneld; maar de borst van een kind mag
nooit bekneld worden, want daardoor zou de ademhaling,
die voor de gezondheid onmisbaar is, belemmerd worden.
Om dezelfde reden is het nadeelig het kind in een loop-
wagentje te zetten. En door de leibanden, èn door de
loopwagenljes vergt men van de zwakke beentjes van den
kleine te veel, zoodat zij ligt naar builen doorbuigen en
krom worden. Zelfs is het nooit aan te raden, den kleine
van tijd tot tijd op de voetjes te zetten, om te zien of hij
staan wil. Men ziet ook wel, dal vader en moeder het
kind, dal nog naauwelijks staan kan, elk aan een' arm,
tusschen hen beiden voorttrekken; dal is hoogst onverstan-
dig, omdat men zoo doende van de zwakke beentjes ook
alweer veel te veel vei-gt. Hoe zou het een' volwassen'
mensch smaken, indien hij, te zwak zijnde om te gaan,
zoo tusschen twee andere menschen wierd voortgesleept?
Lena. Ja, daar geef ik u gelijk in; mijn man en ik
doen dat ook nooit met onze mina; maar de leibanden
zijn toch wel goed om te verhinderen, dat het kind zich
juet vallen bezeere.
Doctor. De kinderen zijn, terw ijl zij leeren loopen,
nog zoo laag bij den grond en nog zoo week van gebeente,
dal zij zich door een' val gelijksvloers geen noemenswaar-
dige schade toebrengen. Als men maar zorgt, dat zij niet bij
een' trap kunnen komen, en dat er geen puntige meu-
belen in de kamer zijn, waartegen zij zich hel hoofd kun-
nen stooten, behoeft men voor vallen zoo erg bang niet
te wezen. Gij zoudt hel onbarmhartig van mij vinden,
maar het zou toch niet ongerijmd Avezen, als ik u zeide.