Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 96 —
cn nog maar altijd geen beenen beeft om te staan. Bin-
nen kort verwacht ik mijn tweede. Twee kinderen te heb-
ben, die nog niet loopen kunnen, zal een zware post voor
mij wezen, o. Zeg mij toch, wat ik doen moet, om mina
eindelijk aan 't loopen te krijgen.
Doctor. Vertel mij dan eerst eens, wat gij daarvoor
al zoo gedaan hebt.
Lena. Wat ik al gedaan heb. Doctor! Vraag mij lie-
ver, wat ik niet gedaan heb. Al sedert maanden heb ik
haar dikwijls op de voetjes gezet om te proberen of zij ook
staan wilde; leibanden heb ik voor haar gemaakt; ik heb
een loopwagentje voor haar gekocht; ik heb haar de en-
keltjes en knietjes dagelijks met brandewijn gewass(;hen,
en, op aanraden van buurvrouw van de werve, zelfs met
levertraan gewreven; maar het een helpt zoomin als het
ander.
Doctor. Mijn goede lena ! gij hebt u te veel moeite
gegeven. Om de kinderen loopen te leeren, is maar één
ding noodig, en juist aan dat eenige noodige wordt over
't algemeen het minst gedacht.
Lena. Ik begrijp waarlijk niet. Doctor! wat gij meent.
Doctor. (Hij neemt de kleine op zijn' schoot en trekt haar
de schoentjes en kousjes uit.) Zie! de beentjes van uw kind
zijn dun en teer: 't is duidelijk, dat zij bij de bovenste
ledematen in ontwikkeling achter zijn gebleven. Hoe komt
dit? Omdat zij niet in de gelegenheid geweest zijn door
beweging en inspanning kracht te krijgen. In de eerste
maanden zijn zij ingebakerd en dus buiten de mogelijkheid
geweest om die bewegingen te verrigten, waardoor zij in
kracht zouden kunnen toenemen. Later zat het kind meest-
al op uw' schoot, of, zoo als nu, in den tafelstoel. Ik heb
een' afkeer van die muffe kinderstoelen, omdat de kleinen
daarin ter naauwer nood de armen en bijna in 't geheel niet
de beenen bewegen kunnen, 't Zijn ware doofpotten voor
den geest en het ligchaam van de kinderen. Waarom zet
gij uwe mina niet liever in het drooge zand aan uwe voe-
ten, opdat zij hare ledematen leere gebruiken? Geloof
mij, lena! omdat de Leenen van uw kind Leweging en
inspanning moesten missen, zijn ze zoo slap en achterlijk