Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 95 —
dels leere het tiisschenheide een mengsel van gelijke dee-
len versche koemelk met water drinken. Na drie of vier
weken wordt nog maar alleen des nachts eens of twee-
maal de Lorst gereikt. Om ook hieraan een einde te ma-
ken, vertrouw e men h«t kind gedurende eenige nachten
aan eene vriendin of beproefde dienstLode toe. De hier
nopens het spenen gegeven voorschriften gelden alleen
voor gezonde kinderen. Zwakke, ziekelijke wichtjes mogen
langer aan de borst blijven, mits men zeker wete, dat de
hoedanigheid van de moedermelk goed is. Als het kindje
achterlijk en teêr is, moet de Doctor beslissen, wanneer
het gespeend en met welke soort van voedsel het verder
opgekweekt moet worden.
XV.
WAAROM VELE KINDEREN ZOO LAAT LOOPEN
LEEREN?
Een Gesprek.
Toen de Doctor, op zekeren namiddag van een bezoek
terugkeerende, den molen voorbijkwam, zag hij lena met
eenig naaiwerk bezig bij de voordeur zitten. Hare kleine
mina had zij naast zich in een hoogen, roodgeschilderden,
met groene kussens gevoerden tafelstoel. Westeus liep
den vonder over en nam bij lejja op de bank plaats, zeg-
gende: "Laat mij hier een oogenLlikje uitrusten: als men
dat zonnige einde achter den rug heeft, is het hier, in de
schaduw van den molen, waarlijk een verkwikkelijk plekje.
Maar zie ik wel, lesa! Gij schijnt niet opgeruimd, hapert
er iets?"
Lena. Wat zal ik zeggen? ^ieder mensch heeft weieens
eene verdrietige bui, en nu treft gij er juist eene van mij.
Ik bedacht daar zoo, dat .mina nu bijna anderhalf jaar is