Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Di-
en dat, na bet te voorschijn komen van iedere groep, een
tijd van rust of stilstand wordt opgemerkt. Daar nu de
langste tijd van rust pleegt in te vallen, nadat de vier bo-
vensnijtanden zijn doorgebroken, behoort men van dien
tusschentijd gebruik te maken, om het spenen te volbren-
gen. Zoodra dit geschikte tijdstip daar is, mag, als 't kind
gezond is, geen uitstel gezocht worden. Ten uiterste na-
deelig is de gewoonte van sommige burgervrouwen hier te
Lande om hare kinderen lang over het jaar aan de borst
te houden. Als de kleine tanden heeft en al begint te
loopen, wordt de moedermelk een ontoereikend voedsel voor
hem. Men vertraagt zijn' groei, door langer de borst te
reiken, dan de Natuur zelve voorschrijft. Handel dus niet
als de vrouw, die, toen zij haar kind de borst wilde geven,
hooren moest: "Dank je, moeder! 'k lust niet meer."
Gelijk men in al wat de ligchaamsopvoeding betreft,
plotselinge overgangen zooveel mogelijk moet vermijden,
zoo behoort ook het spenen eerst voorbereid en dan
trapswijze ten uitvoer gebragt te worden. Eer gij uw
kind geheel en al van de borst neemt, doet gij wèl zijn
maagje langzamerhand aan ander voedsel te gewennen.
Men kan, wel is waar, genoodzaakt zijn eensklaps te spe-
nen, en soms gebeurt dit zonder eenig nadeel; maar bet
is voor moeder en kind heiden veiliger, dat het spenen tot
een' geleidelijken overgang gemaakt worde.
Daarom is het nuttig, den zuigeling, nadat het eerste
halfjaar voorbij is, dagelijks een paar maal wat arrowroot,
bloem van sago of dunne beschuitpap te geven. Van de
achtste maand af krijge hij iederen dag een weinig ligt
verteerbare groente, b. v. andijvie, gestoofde salade, wor-
telen , zoete appelen, gestoofde peren, enz., niet zoo zeer
om den honger te stillen, als wel om het maagje aan an-
der voedsel te gewennen. Zoodra de bovensnijtanden door-
gebroken zijn, neemt het eigenlijk spenen een begin; het
kind krijgt nu dagelijks eenmaal minder dan het gewoon
w as de borst, en daarvoor in de plaats een schoteltje beschuit-
pap. In de volgende week wordt het nog eenmaal min-
der aangelegd en krijgt tot vergoeding eene beschuit in
water goed geweekt en met wat suiker bestrooid. Inmid-