Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 93 —
De doorloop, welke liet doorbreken van de melktandjes
dikwijls vergezelt, leidt den te grooten aandrang van liet
bloed van hoofd en borst af en werkt — zoo lang hij
matig blijft — hoogst weldadig. Iedere moeder behoort
te weten, dat zij, dien doorloop ontijdig met geneesmid-
delen tegengaande, het leven van haar kind in gevaar
brengt.
Veelal geeft men den zuigeling harde dingen in den
mond, zoo het heet om de tandjes door te bijten. liet
gevoel van het kind zelf moet hier beslissen en voor de
moeder tot rigtsnoer strekken. Zoo lang de kleinen gaarne
knabbelen, geve men hun een' ivoren of ijzeren ring,
iets hards. Als later het tandvleesch ontstoken en pijn-
lijk wordt, zijn weeke en verzachtende dingen beter, b. v.:
eene korst brood, in melk of water gedoopt, een stuk zoet-
hout, een' altliea-wortel of dergelijke. Zoo men u uit- of
inwendige middelen mogt aanprijzen om het doorbreken
der tanden gemakkelijk te maken, gelooft daaraan niet,
want zoo die middelen geen reglstreeksch nadeel doen,
bezitten zij alle maar ééne kracht, en die kracht bestaat
daarin , dat zij eenig geld uit de beurs van den Ugtge-
loovigen kooper in die van den verkooper doen overgaan.
Zoo uw kind, tijdens het tanden krijgen, ziek mogt
worden, zoo het aan hoest of verzwakkenden doorloop
kwame te lijden, zoo gij stuipachtigheid bemerktet, ver-
zuimt dan niet den Geneesheer te ontbieden. Slaat toch
geen geloof aan domme lieden, die zeggen mogten: het
komt van de tanden, er is toch niets aan te doen, neen!
juist bij ongesteldheden, tijdens het tanden krijgen, vermag
de geneeskunst dikwijls zeer veel; maar draalt in zoodanig
geval niet: Vraagt hulp, eer 't welligt te laat is.
Het verschijnen der tanden duidt aan, dat de zuigeling
sterk genoeg begint te worden, om steviger voedsel dan de
moedermelk te kunnen verteren, en alzoo, dat de tijd,
om hem te spenen, nadert. Bij gezonde zuigelingen is de
geschiktste tijd om daarmeê aan te vangen, terstond nadat
de vier bovensnijtanden zijn doorgebroken, om het even
of het kind alsdan elf, twaalf of dertien maanden oud is.
Gij hebt vernomen, dat dc tanden groenswijze doorbreken,