Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 92 —
Daar de groei en ontwikkeling der tanden eene i-ijkelijker
toestrooming des Lloeds naar liet lioofd veroorzaakt (gelijk
men aan de roodheid van de wangen, alsmede aan de
verhoogde hitte van het hoofdje en van het tandvleesch
Lemerken kan), zoo volgt daaruit, dat de moeder, terwijl
haar kind tanden krijgt, zorgvuldig alles behoort te ver-
mijden, wat den aandrang van het bloed naar boven nog
zou kunnen venneerderen. Daarom moet de kleine, als
er tanden op het doorkomen staan, niet overmatig warm
gekleed worden, noch, in het bedje liggende, al te warm
gedekt zijn, vooral mag het hoofd niet door warme mut-
sen gebroeid worden. Men houde het kind in een luch-
tig vertrek, en late het hij zacht weder, zoo als »gewoon-
lijk, in de open lucht brengen. In geval het koortsig
ware (wat de moeder uit de heete handjes en versnelde
ademhaling kan afleiden), houde zij het te huis. Zoo het
kind, terwijl hel landen krijgt, nog aan de borst is, krijge
hel niet meermalen dan anders te zuigen, liever een paar
keeren minder daags. Extra slokjes voor troost brengen, als
het kind onlustig is, geen' troost, maar in tegendeel erger
onlust. Er zijn zoo vele moeders, die, als de zuigeling
minder tierig is dan gewoonlijk, uit goedheid, uil mede-
lijden, en meenende de smart te verzachten, gestadig ge-
reed zijn om de borst te reiken; ik moet ten ei-nstigste
waarschuwen tegen deze handelwijs, die in hel tandont-
wikkelingstijdperk, door overlading van het maagje, nog
veel verderfelijker gevolgen kan hebben dan anders. Is
hel kind reeds gespeend, ook dan moet men zorgvuldig
vermijden, de maag in dezen lijd met eene te groote hoe-
veelheid spijs te bezwaren. Het voedsel moet, terwijl er
tanden oj) 't doorkomen slaan, zacht en ligt verteerbaar,
veeleer verkoelend en waterachtig, dan prikkelend en ver-
hittend zijn. Bij enkele zwakkelijke kinderen kan, wel is
waar, tijdens het tanden krijgen, een meer voedzame spijs-
regel noodig wezen; maar in zoodanig geval behoort de
moeder den raad van den Geneeskundige in te roepen; deze
toch is alleen bevoegd om hier uitspraak te doen. De
algemeene regel blijft: de kinderen in dit tijdperk vooral
niet overvloediger te voeden dan anders.