Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
L.
1.
Kinderen! iiadt gij wel gedaciit, vóór gij dit boekje
laast, dat de aarde zoo veel schoons, zoo veel voor-
treiTelijks, zoo veel nuttigs bezit? dat inxonderheid de
planten en de dieren, zelfs de eenvoudigste en iu veler
oog de geringste, die gij mogelijk onbedacht nutteloos
dooddet en vernieldet, althans achteloos voorbij liept,
dat die met zoo veel wijsheid zijn te zamen geste d,
zoo veel blijken van almagt vertoonen, zoo de aarde
tot sieraad verstrekken en, boe verschillend ook in
gedaante, levenswijze enz., daarin met elkander over-
eenkomen, dat geen er van nutteloos werd voortge-
bragt, maar allen of elkander onderling, of den mensch
de grootste, de gewigtigste diensten bewijzen? Voorze-
ker dacht gij dit niet: want gij hadt daarover zoo zel-
den hooren spreken, uog weinig of niets er over ge-
lezen. Maar, waart en zijt gij nu over dit weinige
reeds verwonderd, hoe groot zal die verwondering niet
worden, wanneer gij in het vervolg van uw leven nog
veel meer over de opgenoemde delfstoffen, gewassen en
dieren, en bovendien nog over zoo vele andere zult
lezen of hooren verhalen; en vooral, als gij zelve die,
de lust daartoe in u opgewekt zijnde , zult beschou-
wen en onderzoeken! Wanneer gij dan zult zien, hoe
wonderbaar elk gewas, elke bloem, ja, elk blad is
gevormd; welke schoone kleuren en heerlijke geuren
velen bezitten, en hoe alle gewassen, alle kleuren en
geuren verschillen, zoo dair er geene twee aan elkan-
der gelijk gevonden worden, ofschoon zij uit denzelf-
den grond voortkomen; verder, hoe ook de gewassen
slapen en waken; hoe zorgvuldig de zaadjes, waaruil