Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
vuldige andere wijzen en in verschillende fabrieken bij
de bereiding of vervaardiging van kunstvoorwerpen ge-
bezigd, zoo dat zij, gelijk gij daar even zeidet, eene
allernuttigste aardsoort u."
itDat het hout brandt. VaderP^ dus hernam Beatus,
ï kan men begrijpen; maar dat de grond eene brandstof
'Voortbrengt, zou men niet kunnen gelooven, als men
het niet wist,*'
jiNiet slechts ééne, de turf, brengt hij als brand-
baar ligchaam voort,^^ kreeg Beatus ten antwoord,
»maar bovendien vele andere, zoo als de steenkolen,
den zwavel enz.; stoffen, weUie mede van velerlei
dienst zijn. Zoo verschaffen de steenkolen cene hitte,
die veel grooter is, dan die van hout en turf, waar-
om zij ook bij voorkeur door de smeden en in de fa-
brieken gebezigd worden; en behalve dat schenken zij
een licht, het gaslicht, dat elk ander in helderheid
overtreft, en tevens eene leersoort, die veel wordt
gebruikt,
r> En wat den zwavel betreft: deze dient wel niet,
gelijk het hout, de turf en de steenkolen, om er vuur
van te stoken, maar toch dikwijls, om vuur te ma-
ken, zoo als gij aan de zwavelstokken gezien hebt.
Behalve dat wordt hij op menigvuldige wijzen aange-
wend, namelijk: als geneesmiddel, tot het maken van
buskruid, tot het zuiveren van wijnvaten en andere
sloffen, en bij de bereiding van vele andere dingen.
•tiZoo ziet gij dus eindigde do vader,hoe veel
God ten dienste der menschen heeft daargesteld ^ en
welke voordeelen zij van de dingen kunnen trekken,
wanneer zij die goed hebben leeren kennen en daardoor
weten aan te wenden.^*
Vratjen: 1. "VVelke voordeelen levert ons de turf op? —
2. Welke de klei? — 5. Welke de sleenkolen cn de zwavel?