Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
Sulfiö fleöEurbc ban aolj ntrt Uicber: taant
ïU'cli^/ bic }j<ib lUDCtcii Uoeleu/ ombat Ijij niet
gab tatlïen gooren/ hcnjat iiimniEt be üittbcle led/
bie 80 ontlianßcii Jjab.
Vragen: 1. Welke gewoonte had Krelis zicli eigen ge-
maakt, en waarom was die »leelit? — '2. Op welke wijze
leerde hij haar af? — 3. Welk nut verschaft de liavei ?
XLV.
De Leeuw, de Tijger, de Wolf, de Olirant en het
Rivïerpaard.
Eenigen tijd na dat Robert met zijnen vader over
den liond en de kat iiad gesproken, verscheen er een
spel op de kennis in de stad, daar hij woonde, waarin
onder andere een leeuw, een tijger, een wolf, en een oli-
fant te zien was. Zoo dra Robert dit vernam, ver-
zocht hij zijnen vader, hen te mogen zien, hetwelk
ook spoedig geschiedde.
Hoe verwonderde Robert zich, toen hij deze dieren
zag, en vooral bij het beschouwen van den rensachti-
gen olifant. Na ook hem van alle zijden bekeken te
hebben, keerde hij met zijnen vader naar huis terug
en zeide onder weg tegen hem: »Wanneer deze die-
ren , en voornamelijk de olifiint, eens gegeten konden
worden, Vader ! wat zouden zij dan , geslagt zijnde,
veel vleesch verschaffen! Dan waren zij ook nuttig;
hetwelk nu met hen het geval wel niet zal wezen."
»Nu bedriegt gij n gedeeltelijk, mijn Zoon!" ant-
woordde zijn vader. »Wel verschaffen zij ons de voor-
deelea der koeijen, paarden enz. niet, doch zij zijn
geenszins zonder nut. De huid der leeuwen eu tij-
gers verschaft een kostbaar pelswerk, terwijl het vleesch
der jongen wordt gegeten. Ook de huid van den wolf
bezigt men, als die der beide vorige diersoorten , hunne