Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
mede brandewijn en azijn gemaakt worden; terwijl het
atroo, verbrand zijnde, potaseh oplevert.
y)Zoo ziet gij uit dit weinige,^' dus vervolgde me-
vrouw Vhkde, i)van hoe veel nut deze eenvoudige erw-
ten- en boonenplantjes zijn. Hoe goed is God niet, die
ons zulk eene verscheidenheid van spijs en benoodigd-
heden schonk?^
Vragen: 1. Wat schonk God aan de erwten en boonen, op-
dat zij niet op den fjrond zouden hhjven ligjjen? — cn wat
doet do tuinman, ten einde mede dit te beletten en haar te-
{jen de vogels te beschermen? — 2. In welke opzigten lian-
delde God met de menschen, als met de erwten en boonen? —
5. Welk nut brengen deze beide soorten van vruchten te
weeg ?
XLII.
^c ^ttvitïQy Unhcljaauw cn ^tenr.
»Welken visch hebt gij gekozen, om er van middag
over le spreken?" vroeg BoirDEXvur? aan twee zijner
schoolmakkers, die hij op weg naar school onlmoelte.
»Ik over den visch, die het meest gevangen wordt,
den haring," antwoordde de eene.
»En ik over den grootsten, die op onze vischmark-
ten komt, den steur," was het antwoord van den andere.
»En waarover zult gij spreken?" vroegen beide le ge-
lijk op hunne beurt aan Boüdewijn.
»Over den allerlangslen visch, gelijk hel raadseltje
zegt, namelijk, wiens kop in Noorwegen en lijf hier is,"
kregen zij ten antw^oord.
»Lus over den stokvisch," hernamen beide.
»Allhans over den visch, waarvan die gemaakt wordt,"
liel Boüdewijn hierop volgen.
Toen de lijd gekomen Avas, waarop over het nul der
door God geschapene dingen moest gesproken worden,