Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
laUr met heerlijke hloeseins en smakelijke vruchten
zouden kunnen -pronken,
i)En bekijkt nu deze Ci^ivteplantjes hij die staken, en
daar die boonen eens. Ziet, hoe God aan de eersten-,
de erwten, om zoo te noemen, handjes heeft geschon-
ken, waarmede zij zich, gelijk gij daar zien kunt,
aan de rijzen vastgrijpen, en aan de boonen het ver-
mogen en, als het ware, den lust, om zich rondom de
staken te slingeren, ten einde langs dezen steun on-
bezorgd op te klimmen,
}>Even zoo, mijne Kinderen! heeft God aan de men-
schen verschcide7ie vermogens naar ziel en ligchaam
geschonken, door middel van welke zij hun tijdelijk en
eeuwig geluk kunnen bewerken; en gaf Ilij hun, ge-
lijk de tuinier aan de erwten en boonen, liefderijke
ouders, die hun, van vroeg aan , tot stut en steunsel .
verstrekken, gedurende hun leven hen tegen alle ge-
varen behoeden en den weg ten hemel wijzen, Hoe
veel dank zijn zij daarvoor dus niet aan hen, maar
voornamelijk aan God verschuldigd
nDan moeten,^^ zeide jozef, ^^dieerwten en boonen wel
zeer nuttige planten wezen, dat Onze Lieve Heer die
zoo bijzonder ingerigt heeft
»God heeft alle planten hoogst wijs verzorgd*^ ant-
woordde de moeder, »al valt dit niet zoo aanstonds in
het oog. Doch ivaar is het, dat de erwten en boonen
zeer nuttig zijn, Van beide beslaan onderscheidene soor-
ten, zoo als: groote- of tuinboonen, paardehoonen, witte
boonen, bruine boonen enz.; en van de erwten graauwe,
gele, groene en zoo al meer. Beide vruchten leveren
eene goede en voedzame spijs op en werden, vödr dat
de aardappelen in gebruik waren, zeer veel gegeten.
\an de erwten kan men eene soort van sterken drank
cn azijn bereiden; ook worden zij wel gebrand e», ge-
malen zijnde, ah kofpj gebruikt. Het meet van sojn-
mige booyien kan ah zeep, cn van de paardehoonen