Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(52
»En verschaft hij en die beide andere soorien van
vogels geen meerder nut?'' was de vraag van douüs.
» De paradijsvogel, die zoo zelden gevonden wordt,
en het lieve kolihrietje *' anlwom'dde zijn vader, m wor-
den slechts om hunne pracht bewonderd; doch met
den struisvogel is het anders. De groole, zware
eijeren strekken tot voedsel, gelijk ook zijn vleesch y
bloed en vet, welk laatste tevens als geneesmiddel
wordt aaiigewend; terwijl van zijne dikke huid leder,
en van de harde schalen der eijeren vaatwerk wordt
vervaardigd.
TtDeze vogels,'* dus ging de vader voort, bleven allen
in vreemde , warme gewesten ; maar ook 07is Land brengt
vele schoone vogels voort, en onder deze bijzonderlijk
den paauw, wiens prachtige vederen wel minder tol
tooi, doch in sommige landen bij voorname personen
nis waaije^'S gebezigd worden, om de insekten te ver-
drijven en koelte aan te brengen. Ook hel vleesch van
dezen vogel werd vroeger wel tot spijs gebruikt, inzon-
derheid op feestmalen. Tegenwoordig is het nogtans
vafi geen gebruik meer; mogelijk, omdat zij, in vei^-
gelijking met de kippen en eenden , zoo gering in ge-
tal zijn.
t Zijn de voordeden, die de paauw aldus verschaft,
van weinig beteekenis, in een ander opzigt kan hij
ons van eene gewigtige dienst wezen, te weten: de
paauw is een zeer trotsche vogel, als hij zijnen staart
heeft opgezet; hij is dus trotsch op een ijdel siei'aad.
Daarentegen bestaat het geluid, dat hij geeft, in een
alleronaangenaamst geschreeuw, zoo dat men de ooren
stopt, wanneer hij het aanheft. De eersie ondeugd ie
vermijden, en het schoone, dat is, het goede, niet met
leelijke gebreken gepaord te doen gaan, ziet daar, Kin-
deren! wat wij van hem leeren kunnen!"
Vragen: 1. Welke vogels munten door schoonheid uit, en
waartoe bezigt men hen? — 2. W«lke voordeelen verscliaft,