Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
b Hobt fjij de mollen wel ooit goed bekeken , Jonge-
heer?'^ was de wedervraag van den tuinman,
yt Bekeken, Baas?*^ toas het antwoord; \>wel ja, ik
heb die dikwijls gezien,*^
' ^Gezien, ja, doch niet oplettend beschouwd,'" her-
nam de baas; ^nivant hadt gij zulks gedaan , dan zoudl
gij opgemerkt hebben, hoe wonderbaar hunne oogen,
hun mond en hunne pootjes gevormd en overeenkomstig
hunne levenswijze ingerigt zijn, en hieruit ten klaarste
hebben kunnen opmerken , dat God hen stellig niet voor niet
zoo juist gevormd heeft. Al hadden dc mollen nu ook
geen ander nut, dan dat zij ons de hooge eigenschap-
pen van God op het duidelijkst toonden, dan reed^ wa-
ren zij niet doelloos geschapen.
ïtDoah zoo geheel onnut,dus vervolgde hij, i>als
men hen beschouwt, zijn zij ook in andere opzigten
niet. Van kleine wormpjes levende, zuiveren zij den
grond daarvan, maken dien door hun graven los en
daardoor geschikter, om er de lucht en het water ter
vruchtbaar making te doen indringen; zij strekken tot
spijs aan sommige andere dieren en leveren ons hunne
gladde, zwarte huidjes, om er bontwerk, en de haren ,
om er hoeden van te maken.
* Op dezelfde wijze is het gedeeltelijk met de rotten
en muizen gekgen; tu)ee schadelijke diersoorten , gelijk
men die noemt, omdat zij niet zelden onze vrucJUen en
eetwaren wegrooven, bovendien hel lu)utwerk aan stuk
knagen en onze goederen beschadigen. Doch ook zij
dienen aan vele dieren tot voedsel, 'worden zelfs door
sommige volken gegeten, terwijl ook hare huidjes niet
weggeworpen behoeven ie worden, maar, even als die
der mollen, tot een nuttig gebruik kunnen strekken.^^
^ Hoe sclwon is het toch, BaasT hernam lodkwmr
hierop, ^ wanneer men veel weet; hou geheel anders
beschouwen wij de dingen in dat gt'vaf ^ dan wamwi'r
ivij er niets van weten.''