Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
iV -
den. Wil hien dit boekje echter als eene navolging van
ScHMiDs werkjes beoordeelen, dat men dan bedenke: dat
alle gebeurtenissen, ware of verdichte, dus ook de in de
zijne geschetste, haar verhaal met zich voeren en hare
moraal in zich besluiten; doch dat in het onderhavige
werkje geene gebeurtenissen medegedeeld, maar voorwer-
pen omschreven, daartoe de verhalen gekozen en de zede-
kundige lessen uit het voorgestelde afgeleid moestenworden.
Daar het mijn plan niet was, eene Natuurlijke His-
torie of eene Technologis Ie leveren, zoo heb ik mij
uitsluitend tot het opgeven van het nut der door de Na-
tuur voortgebragte dingen bepaald, zelfs dit niet angst-
vallig uitgeput; de aanvulling en uitbreiding van het
een of ander aan den des kundigen Onderwijzer over-
latende , als bekend met hetgeen verder in of buiten het
begrip zijner leerlingen valt, en lot welke uitbreiding
tevens de vragen kunnen strekken.
Wat de keus der voorwerpen betreft, om verscheidene
redenen heb ik mij hoofdzakelijk lot de meest bekende
voorwerpen bepaald; en dit getal zou ik gaarne uitge-
breid hebben, ware zulks mij door den beperkten om-
vang van hel werkje niet verboden geworden.
Ten einde alle eenzelvigheid te vermijden, heb'ik mij
aan geene geregelde volgorde der Natuurrijken gebon-
den , maar nu uit dit, dan uit gene Rijk gekozen. Niets
toch bevordert den lust lot het lezen van een werkje,
als dit, meer, dan afwisseling en verscheidenheid.
Mogten mijne andere werkjes voortdurend een gunstig
onthaal bij mijne Medeonderwijzers vinden, ook dit zij
hun aanbevolen. En moge het onder hunne leiding het
door mij beoogde nut stichten, dan zal ik mij verheugen
in de gedachte, andermaal iets toegebraqt te hebben
aan de uitbreiding van kennis en deugd.
A.