Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
»Zy verdienen .ook, dat men veel van haar houdt " unt-
v;oordde de moeder; -»inzonderheid om hare onschuldige een-
voudigheid, waarin zij ons zelfs ten voorbeeld kunnen wezen;
gelyk zij ons dan ook in dit opzigt in de //. Schrift uls zoo-
danig voorgesteld worden,^*
Vragen: Waarom kunnen de eenden dadelijk, als lij in
het leven komen, zwemmen? — 2. Welk nut verschaffen iij,
de ganzen en zwanen aan den mensch? — 3. In welk opzigt
kunnen dc duiven ons ten voorbeeld strekken?
XXXII;
De Diamant y De £del£^esteenten en andere
Steensoorten.
»Vader! wanneer de raensclien over stoffel spreken,
dan noemen zij hem nooit bij zijnen naam , maar altijd
den groven diamantslijper. Waarom heeten zij hem
zoo?" vroeg friïs aan zijnen vader,
»Omdat hij den geheeien dag niets doel, dan langs
de straat te slenterenwas het antwoord, »hoewel
hij krachten en vermogens genoeg bezit, om iets nut-
tigs te verrigten. Gij begrijpt hieruit dus, dat dit eefl
scheldnaam is; en ofschoon men iemand, welke gebre-
ken hij ook bezit, nimmer scheldnamen geven mag,
zoo is dit er toch een, welke zijn ledig loopen wel
verdient,"
»Maar waarom noemen zij hem dan juist groven dia-
mantslijper?" was eene tweede vraag van frits.
De vader antwoordde: t De keijen of grooie siraat-
sieenen worden wel grove diamanten geheeien; en omdat
de lediglooi)ers door het aanhoudend gaan daarover die,
als het ware, met hunne voeten glad slijpen, zoo wor-
den zij om die reden aldus genoemd."
»Doch dan zijn er zeker nog andere diamanten?"
vroeg KRiTs op nieuw.
»Ja," was hel antwoord des vaders. »De grond Ie-