Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45 ?
tliirenilc liaar leven schenkt zij ons hare mest, die zoo
dienstig is ter vruchlbaannakirig der landerijen, en hare
melk, welke op zoo velerlei wijzen gebruikt, en waarvan
boter, kaas, enz. wordt gemaakt, waarvan men zelfs sui-
ker kan maken. Gedood zijnde, eet men haar vleesch
en vet en maakt van dit laatste ook kaarsen; van de huid
leder; van den afval er van lijm; van de horens het
horen, dat dikwijls, vooral vroeger, in de plaats van glas
werd gebruikt; van de beenderen knoopen; van de haren
vloerkleeden, dekkleeden enz.; ook het bloed bezigt men,
gelijk ook de gal; cn deze zoo wel ter bereiding van
zekere stofifen, als tot geneesmiddel, waartoe ook het
merg uit de beenderen wel gebezigd wordt. Zelfs de
darmen gaan niet verloren"
»Op de melk na schenkt de os ons hetzelfde, als de
koe; doch ter vergoeding hiervan strekt hij, gelijk op
vele plaatsen geschiedt, om, in stede van paarden, voor
karren, ploegen enz. gespannen te worden en die te
trekken."
»De ossen?" vroeg lodewuk.
»Ja," antwoordde de tuinman, »en daartoe zijn zij
bijzonder geschikt. Zij gaan wel niet zoo snel, als de
paarden, maar bezitten daarentegen veel meer kracht
en kunnen goedkooper onderhouden worden, naardien
zij zulk goe(l voedsel niet behoeven.
»En nu nog de kalven," dus ging hij voort, »waarvan
ik alleen behoef te zeggen, dat van hen ons even zoo
alles ten dienste strekt, als van de koeijen en ossen; dat
van hun vel, behalve leder, ook zeemlederen perkament
wordt vervaardigd; dat van hunne darmen snaren wor-
den bereid, eu dat men eene der magen bezigt, om de
molk, die men tot kaas maken wil, daartoe te bereiden."
»Zie daar u nu in het kort een en ander over het
nut van eenige der voornaamste diefen medegedeeld. Of
het u aangenaam is geweest, behoef ik niet te vragen;
en dat het u nuttig moge zijn, is mijn wensch; doch