Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
van vaartuigen verkucht, bij wie zij staven j lot zij niet
meer kunnen, en dan dood geslagen worden,^^
»En brengen zij dan nog eenig nut aan?" vroeg
Albertus.
»/a," antwoordde zijn vader, »De mest der paar-
den is van zeer veel belang bij den landbouw, inzonder^
heid voor de broeibakken, aangezien zij den grond niet
alleen vruchtbaar maakt, maar tevens verwarmt. Om
diezelfde reden, de warmte, wordt zij ook op de wil-
lood-fabrijken gebruikt ter vervaardiging der witte verw
uit lood, — liet vleesch der paarden is zeer goed, om
tc eten, en wordt door verscheidene volken als spijs
gebruikt, die ook de melk drinken cn er zelfs eenen
sterken drank van bereiden. Van het vel maakt men
leder^ van den staart en de manen zeven, strijkstokken
voor violen, cn met de haren vult men stoelkussens,
matrassen en dergelijke dingen; de tanden bezigt men,
om hout' cn ander werk te polijsten of glad te maken;
van de poolen maakt men knoopen; van den afval lijm;
en alzoo gaat er ook niets van het paard verloren,
zelfs niet bij ons, vermits het vleesch tot voedsel der
honden dient. Dat het paard, zoo niet het schoonste,
ten minste een der schoonste dieren, zeer leerzaam en
aan zijnen meester gehecht is, zult gij wel eens heb-
ben hooren zeggen. Om die reden wordt het bij eenige
volken zeer hoog geschat, zelfs zoo, dat de mannen
met hun paard, als met eerC makker, omgaanJ^
Na dat Albertds zijnen vader voor het verhaalde be-
dankt had, vermaakte hij zich nog eenigen tijd in den
tuin en ging vervolgens naar school, om zijne fabel
op tc zeggen,
Vragen: 1. Waarom zon Albehtüs zijne fabel geleerd hei)-
ben, alvorens te gaan spelen? — 2. Welk nut verschaffen dc
paarden gedurende hun leven?— 3, En welk na hunnen dood?