Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
XXIV.
Toen de vader te huis gekomen was, vertelden do kinderen
hem het voorgevallene met M.irgaketha; en nu «prak hij', na het
gedrag van het meisje afgekeurd te hebben: »Ziet, Kinderen!
hoe goed God is. De arme, dat is, de wel rijke, doch bekla-
genswaardige Margaretiia. , die zoo veel banket en andere lek-
kernijen eet, ziet er zoo bleek uit, als een laken, en is bij
aanhoudendheid ongesteld. En wij, die in plaats dier lekker-
nijen roggebrood en dergelijke «pijzen gebruiken, weten ge-
noegzaam niet, wat ziekte is. Zoo doet de goede God den
arme, als het ware, rijk worden, en maakt de rijke, dat hij
iu vele opzigten arm wordt.
»Iloe nuttig de rogge is, heeft uwe moeder u gezegd; en
juist om hare nuttigheid zeide een wijs Man, dat, als de tarwe
goud genoemd kan worden, men de rogge zilver mag heeten."
»En waarom noemde hij de tarwe goud, Vader?" vroeg de
kuaap.
»Niet, omdat de tarwe zoo veel nuttiger, maar naardien zij
fijner, dan de rogge is, en dus eene fijner spijs verschaft.
Vergelijk het tarwe- en roggebrood slechts met elkander, en
gij zult dit duidelijk ontwaren. Om deze redenen strekt het
tarwebrood tot een beter voedsel voor menschen, die niet zwaar
werken, dewijl het gemakkelijker verteert, dan roggebjood;
terwijl dit door zijne voedzaamheid weder beter geschikt is
voor hen, die handenarbeid verrigten."
»En kan men ook van de tarwe nog andere dingen maken,
dan brood, even, als van de rogge?" was de vraag van den
zoon.
»Ja," kreeg hij ten antwoord; »zij hebben in vele opzigten
hetzelfde nut. Bier, jenever, brandewijn en azijn kunnen ook
van haar gebrouwen worden. Van het meel maakt men, be-
halve brood, beschuit enz., stijfsel, waartoe ook het roggemeel
dient, haarpoeder, ouwels enz.; en het stroo strekt tot voed-
sel voor de beesten en tot ander gebruik.
»Uit al het opgenoemde ziet gij," dus vervolgde de vader,
»hoe God eene verscheidenheid van spijs, overeenkomstig ie-
ders bchocfleii, beschikt heeft."