Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
»Zoo levert de zee in die gewesten nog een ander
dier op, rob of zeerob geheeten. Ook het vleesch van
dezen strekt tot spijs, het vel tot het vervaardigen van
kledingstukken, het vet of de traan Lij de spijzen enz.j
terwijl de tanden van dit dier, die naar beneden ge-
hogen uit den hek steken, en waarmede het zich, als met
een paar handen, vast hecht, waaneer het uit het water
op het land wil komen, op eene nuttige wijze gebruikt
worden.
»Ook deze dieren doen ons duidelijk zien, dat God
geene zijner schepselen, waar ook wonende, vergeet;
en d^it llij door dieren vergoedt, wat aan gewassen ge-
mist wordt, of, omgekeerd, door planten en vruchten
het gehrek aanvult, hetwelk door het gemis van dieren
ontstaat."
Vragen! 1. Wat verschaft do tcalvisch aan da teschaa/do
Tolken cn wat aan de bewoners der koude gewesten, waar wei-
nüj of mets groeit? — 2. En de sseerob? — 3. Wat leert
ons culks?
XXIII.
DE ROGGE.
tik lust geen roggebrood'." riep de bleeke Margare-
tha, de dochter van eenen rijken heer, die op hel
land woonde, vit, toen zij, eene geringe arbeiderswoning
binnengetreden zijnde, de kinderen , die er zoo bloeijend
uitzagen, als rozen, met smaak eene dikke roggeboter-
ham zag eten. nik lust geen roggebrood! dat geeft onze
knecht aan de paarden mijiis Vaders! Ik eet liever
koek en banlcet!"
»En roggebrood is evenzeer banket voor hen, die
het gaarne eten, zoo als wij, jonge Jufvrouw! en die
bij dit banket wal beier varen, dan vele rijke lieden,
bij wie het andere eene gewone spijs uitmaakt," voegde
de moeder der kinderen haar toe.
3*