Boekgegevens
Titel: Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Auteur: Keyzer, J. de
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1852
J. de Vries en zoon
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2761 G 13
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203150
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouwproducten, Veeteelt, Dieren, Planten, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vijftigtal verhalen over het nut van de voortbrengselen der natuur: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
wijl hun vel wel ah een geneesmiddel wordt gebezigd.
Maar het zijn vooral de witte- of ijsbeeren, welke aan
de menschen, die met hen de koude gewesten bewonen,
vele voordeeten verschaffen. De verwarmende huid, het
vleesch en vet worden door deze lieden als eene wel-
daad der Goddelijke Voorzienigheid beschouwd en ge-
bezigd, aangezien die beeren genoegzaam de eenige
dieren zijn, welke deze koude streken, vooral des tvin-
Iers, bewonen.
)) £n de kluchtige apen, van welke vele soorteyi be-
staan , zijn mede niet onnut. De grootsten, mensch-apen
of ook wel boschmenschen genaamd, omdat zij zoo zeer
op de menschen gelijken, worden wel eens als dienst-
knechten gebruikt. Dikwijls worden de apen gebezigd,
om de vruchten van de toppen der boomen, waarbij de
menschen niet kunnen komen, af te plukken. Doch bo-
vendien wordt hun vleesch dom- sommige volken gege-
ten, en kan men van hunne haren hoeden en andere
dergelijke dingen maken.
))Zoo heeft God niets geschapen, dat wij, merischen,
vroeg of laat, niet tot ons voordeel weten aan te wen-
denr
Vragen: 1. Zou God wel iets voortyebragt hebben, dat on-
nut was? — 2. Van welk nut kan men dan de beeren be-
schouwen te zijn ? — 5. En can welk de apen ?
IX.
1 Welke vrucht lust gij het liefst?'' vroeg lotje ayu
hare beide zusters. »Ik voor mij," dus vervolgde zij,
»houd hel meesi van de saprijke kerseu." — bEu ik
van de aalbessen, vooral van de witte, die zoo zoel
van smaak zijn," aniwoordde de eene zuster. »En ik
van de aardbeziën," gaf de hvecde ten antwoord. »0,