Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
8o Herhaling.
tig, dat. door de dikte des miuirs op de vier
hoeken , de lengte vermeerderd wordt, cn dat
den voet op 12 duimen gerekend is,
. 12. Iemand heeft vloerlleenen , wel-
ke hij eerst in een vierkant naast elkander wil
leggen, en daarna in eenen vierkanten hoop,
waarin tevens zoo veel op elkander in de hoogte
zullen gefiapeld zijn , als er op iedere der vier
zijden naast elkander zullen liggen; a) hoe veel
fleencn kan hij in iedere zijde in het n leg-
gen, en b) hoe veel kunnen in iedere zijde van
den hoop naast en op elkander liggen? Antw.
a) 125, en b) 25 vloerrteenen.
13. Jemand wil een ftuk gronds met boo-
men beplanten , welke alle even ver van elkan-
der ftaan en een vierkant uitmaken zullen; doch
daartoe heeft bij, of 15 boomen te min , of 32 te
veel: hoe veel boompjes zoude bij dus heb-
ben ? Antw. 561 boompjes. Aanmerking. Daar
hij 15 boompjes te min heeft, als hij namelijk
1 boompje meer in iedere zijde poot, en andera
32 boompjes overhoudt, zoo is het verfchil
dezer beide vierkanten 47. Befchouw nu dc
afbeelding in § 7 , dan zult gij merken , dat
dit verfchil. beftaat in het vierkant van i , cn
twee regthoeken, die ieder 1 breed zijn. Trek
daarom van 47 het □ i , dan blijft er voor de
beide regthoeken 46 , dus voov ieder 23. Dit
door deszelfs breedte i gedeeld, komt 23 voor
de lengte diens regthoeks , welks lengte gelijk
is aan dc zijde des kleinen vierkants. Gevol-
gclijk is het □ van 23=529; hierbij geteld
32 , komt het aantal boompjes 5Ó1.
14. Een' kapitein verklaarde , dat, als hij
^-.ijii volk in eene vierkante ftagordc ftclde, hem
\ i