Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
8o Herhaling.
4. Van een regthoekig ftuk lands, lang 90
en breed 3 Nederlandlche"roeden, wordt i deel
afgegraven door eene floot, die evenwijdig
nief de flooten der breedte loopt; hoe veel
roeden wordt het genoemde ftuk lands korter ?
5. Indien van dit ftuk lands een regthoekig
ftuk afgegraven was , dat het derde der lengte
en der breedte van het geheele ftuk had; hoe
veel n roeden was dan het afgegraven ftuk
groot ?
I 6. Maar indien van dat geheele ftuk een
driehoekig ftuk afgefneden werd, dat de gehee-
le breedte, en 11 roeden in de lengte had , zoo-
dat van het eene einde der breedte tot het an-
dere einde der afgefnedene lengte eene lijn ge-
trokken werd; hoe groot zoude dan het afge-
fneden ftuk zijn? Antw. 18 □ roeden.
7. Een vierzijdig ftuk lands ABCD, waar-
van AB evenwijdig aan DC is , wil men in twee
gelijke groote ftuk-
^ ^ ken, AGIiD en II-
GBC gefcheiden heb-
ben. Daartoe maakt
men de loodlijnen
A E G- F B J3E en CF, en meet
dezelve ieder op 2,6 Nederlandfciie roeden.
Voorts meet men van A tot E, 1,7 roede, van
E tot F 6,8 roeden en van F tot B 1,5 roede:
hoe ver zal de icheidfloot GM van A of P.
zijn? Antw. Van A tot G 5,05 cn van B
tot G 4,95 roeden.
8. Een Groningerlandfche Landbouwer
wenscht te weten, hoe veel Groninger dei-
matten een Nederlandfciie bunder of loo □
Nederlandfche roeden is; zoo een Nederland-
fciie