Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Berekening van Dijken en Kanalen. 75

G-
E PB
Laat deze figuur eenen dijk verbeelden; dan
IS:
AB de aanlegt dat is het begin of de onder-
fte breedte des dijks. — De aanleg van een
kanaal, een gracht of een' put is het begin , of
de bovenlte breedte ; terwijl daarvan de onderfle
breedte de bodem genoemd wordt.
DCIII de kruin , dat is het bovenvlak eens
dijks , waarvan CD de breedte en CH de lengte is.
DE of CF de hoogte, dat is de loodregte
afftand tusfchen het boven- en ondervlak. —
Van een kanaal , een gracht of een' put wordt
deze loodregte afdand diepte genoemd.
AE en FB de docering, dat is de fchuinfche
afwijking van de loodregte hoogte, of diepte.
Wanneer op iederen voet hoogte, of diepte
ook een voet docering of afwijking is , dan zegt
men, dat de docering voet op voet is.
ABCD het profijl of de doorfnede , dat is het
livlak des dijks, zoo als die zicli vertoonen zou-
de , als men denzelven van voren , van boven
tol loodregt naar beneden, afgroef.
Foor/lellen.
I. Men wil eenig land inpolderen , dat is
met