Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
en de Vierkanten van derzelver Zijden. 45
3. Een driehoekig
ftuk lands ABC , waar-
van de bafis AC lang
is 24 roeden, en de
loodregte hoogte BD 20
roeden el, behoort
aan drie eigenaren , die
j)}^ £ ^ hetzelve in drie gelijke
groote deelen willen ge-
fcheiden hebben , met fcheidflooten e f en g h ,
evenwijdig aan BC : hoe ver komen de beide
fcheidflooten van den hoek A af? Antw. Van
A naar h bijna 13,86 roeden , en van A naar f
19,6 roeden. NB. Hierin moet deze evenre-
dig gebruikt worden :
A ABC : □ AC = f A ABC : □ A h ; enz.
4. Wanneer men van het voorgaande ftuk
lands ecneh bunder, langs de zijde AB , door
eene floot i k, paralel aan dezelve, wilde af-
gefcheidcn hebben ; hoe ver moest die floot dan
van den hoek A af beginnen? Antw. bijna 5
roeden, 4 ell., i' palm.
5. Een driehoekig ftuk
Jj/v ^ lands , groot vijf bunder
en 25 □ roeden, waarvan
AD, of het deel van de
bafis van den hoek A tot de
__loodlijn BD , is 18 , en hec
A CDf c ander deel is 24 roeden , zal
in drié gelijke groote deelen gefcheiden worden ,
met flooten, loopende loodregt op de bafis
AC : op welken afftand van de loodlijn zullen
deze flooten beginnen ? Antw. De floot b e
op bijna 2 roeden, 13 ellen , en de floot e f op
bijna 5 roeden, 67 palmen. NB. Bereken de
- - leng-