Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
il
het vertrek, tot den fchuhisch tegen overftaan-
den hoek aan den zolder ; hoe lang zullen dan
deze latten moeten wezen? Antw. bijna 19,21,
ruhn 21,93 en 25 voeten..
§ 9, Berekening der Perpendiculairs , of
der loodlijn^ die uit eenen koek eens
driehoeks op eene der zijden yalt,^
Wanneer men berekenen wil de grootte of
den inhoud van eenen driehoek , van welken de
drie zijdeij bekend zijn , doch de Ipodlijn on-
bekend is; dan moet men eerst de loodlijn be-
rekenen , of door eenen anderen regel den in-
houd zoeken.
Indien men van den A ABC
den perpendiculair, of de
loodlijn AD berekenen wil-
de , dan moest men het
\C deel BD of CD van de grond-
: lijn üC weten; cn om de-
„Ïq^ ze deelen bekend de krij-
\ gen, moet men weten, dat
j j de fom der Dten van AB
i : en BC, min het O van
'li............AC, gelijk is aan twee
; regthoeken , die ieder de
-'M lengte van BC , en de breed-
te van BD hebben.
Om deze flelling te verklaren, zoo laat op
BC het □ BH (*) gemaakt zijn , dan is BC =
CHr=HK = KB. Laat
Cl) Het □ BM beteekent het □ BCHIK : zoo ook
beteekent öe □ CE den regthoek CBEG, enz.
Het is eene verkorte fchrijfwijze , waarin men alleen
«wee tegenoverflaande hoeken uitdrukc.
E
K
iF