Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
I. HOOFDSTUK.
DE MEETKUNST DER VLAKKEN , OF DER
OPPERVLAKTEN.
§ 3. Het berekenen der grootte van
Kegt hoeken.
k
Is men de grootte der oppervlakte eener
tafel wilde weten, dan zoude men een ftuk
hout of ,plank kunnen nemen, dat dén voet
lang en 66n voet breed is, en een □ voet ge-
noemd wordt, om te zien , hoe veel maal dezelve
over de geheele tafel kan gelegd worden. Om
niet flechts de lengte van een ftuk linnen of la-
ken , maar deszelfs geheele oppervlakte te we-
ten , zoude men insgelijks eene □ maat over
hetzelve kunnen leggen; bij voorbeeld: een' □
palm of eene □ el. Om de grootte der opper-
vlakte van een ftuk lands te weten, zouden
zulke kleine maten te groote getallen vorderen ;
daarom gebruikt men daartoe eene grootere maat,
bij voorbeeld: □ ellen of □ roeden; dat zijn
vierkante maten, die ieder eene el of eene roe-
de lang en breed zijn.
Doch men kan de grootte der oppervlakten
ook gemakkelijk berekenen , zonder eene □ maat
daarover te leggen. Wanneer men de grootte
van den vloer eener kamer, de grootte van een
Ihik lands, of van andere vlakken, die eene
regthoekige gedaante hebben , begeert ^ te we-
ten , zoo behoeft men flechts de lengte en
breed'