Boekgegevens
Titel: Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1831
3e dr; 1e dr. 1821
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5533
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203095
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Meetkundig rekenboek, voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
der Drie- en Vierhoeken^ ii
Een vierzijdig vlak , tlat
-juist jt-eene regte liotkm
/ vcrcisciit, maar , even als
j;;]]_j de regthoek cn het vierkant,
A D de tegen overftaande zijden
overal evenvvijd van elkander Iiceft, heet een
eycmvijdig vlak, l^n daar evenwijdig in liet La-
tijn parcUlcl hget, zoo noemt men een evenwij-
dig vlak ook farallclogram.
Oin in de bcfcbrijving van een vlak te we-
ten, welke zijden of lijnen men bedoelt, tee-
kent men op iedere einde dier zijden eene let-
ter ; bij voorbeeld: op het eene einde A cn
op liet andere einde r> , cn dan noemt men de
geheele lijn Al). Als men andere letters
noemt, dan wordt de lijn ook met die leiters
aangeduid. Van het bovengaande ev^rnwijdigc
vlak zijn dus de lijnen AI5 cn CD , zoo ook
TiC en AD 5 parallel oi'evenwijdig.
De regte lijn AC in een evenwijdig vlak
ABC 13, welke van den eenen hoek tot dcszclts
tegenovergellelden iioek getrokken is, wordt
een diagonaal of eene hocklijn genoemd.
Alle andere vierzijdige vlakken hecten Trape-
zii/ms; en die meer dan vier zijden of hoeken
hebben, worden veelhoeken genoemd.
Vragen.
I. Welke onderfcheidene gedaanten kunjicn dc
vlakken hebben?'
n. Hoe onderfcheiden kan een hoek zijn ?
3. Hoe ontjlaat een regte hoek?
4. IVeci g/j\ 'waarom eene lijn ^ die op eene
andere lijn 'regtjlandig valt ^ loodlijn genoemd
v:.ordt ?