Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 898
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Groningen (provincie), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(6)
II. HOOFDSTUK.
De Streken der Kaart.
1 vr. Weet gij wel, wat eene kaart is?
aw. Eene a/teekening van de geheele, of een gc*
deelte der oppervlakte van de aarde.
2 vr. Welke ftreek wijst het boyeneinde van de
kaart aan?
aw. Het Noorden.
3 vr. Hoe moet men dan de kaart voor zich
hebben, als men er op ziet,?
aw. Met het boveneinde naar het Noorden.
i\ vr. Welke ftreek is dan aan het benedeneinde ?
aw. Het Zuiden,
5 vr. Welke ftreek hebt gij aan de regterzijde ?'
aw. Het Oosten.
6 vr. En welke ftreek aan de linkerzijde ?
aw. Het Westen,
De Namen, het Wit, de Strepen
op de Kaart.
7 vr. Wat beteekenen al die namen met kleine
letters op de kaart?
aw. Al die kleine letters zijn meest namén van
dorpen,
8 vr. Kunt gij wel aanduiden, waar de naam
van onze woonplaats op de kaart is?
. O