Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 898
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Groningen (provincie), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cs)
17 vr. Naar welke ftreek wyst gy daar heen?
aw. Naar het Noorden.
18 vr. Wat is de naaste woonplaats of bet water,
die aan den noordkant van onze woon-
plaats is?
19 Tr. Nu naar de ftreek gewezen, waarom-
trent de zon des avonds ondergaat.
20 vr. Naar weike ftreek wijst gij na been f -
aw. Naar het Westen,
21 vr. En naar welke woonplaats of water naast
onze plaats wijst gij?
fla vr. Maar gaat de zon bij tms alt^ juist in
het westen onder?
aw. Neen: des zomers in het noordwesten, en
des winters in het zuidmesten.
as vr. Wijst het noordwesten ea zoidwesten net
uwe beide handen aan.
24 vr. Welke plaatfen of wateren zyh naar die
ftreken naast onze woonplaats?
25 vr. Aan welke zijde van het oosten komt de
zon des morgens op.
aw. Des zomers in het noordoosten en des
winters in het zuidoosten.
26 vr. Wijst het noordoosten en zuidoosten roet
uwe beide handen aan.
07 vr. En welke zijn de naaste plaatfen of wa-
tereu naar die beide breken ?
' 3
11.