Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Auteur: Kremer, Hendrikus
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 898
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Groningen (provincie), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der aardrijkskunde van de provincie Groningen: in vragen en antwoorden, voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( IS }
aw. De noordzijde naar den Zee- en Dollert'
kant.
7 vr. Waarvan komt dat ?
aw. Omdat de klei hier uit het flib ontflaan is,
dat eertijds, door het over den grond firoo'
mende zeewater, achtergelaten is,
8 vr. Waar zijn de veengronden dezer provincie ?
aw. Achter de Leek, te Westerbroek, Hark-
jlede en Scharmer, en in het zuiden van
Oldambt en Weslet^olde,
9 vr. Wat brengt de kleigrond voort ?
aw. Voornamelijk welige veide, tarwe, gerst, en
winter kool- of raapzaad, boonen cn erwten.
10 vr. Wat groeit er op de zand- en toebereide
veengronden ?
aw. Gras, rogge, haver, boekweit en aard-
appelen, en oak houtgewas»
11 vr. Wat nut trekken wij van het veen?
aw» Vit het veen verkrijgt men turf en bagger.
12 vr. Welke nuttige dieren treft men in deze
provincie aan?
aw. Eene menigte paarden, koeijen, fchapen
en verkens, — hazen en patrijzen, — hoen-
ders^ eenden en ganzen, -rivier- en zeevisch.
13 vr. Vanwaar verkrijgt men de rivier- of zoe-
te visch?
aw. Uit de meren, vaarten en andere wateren.
14 vr. En vanwaar de zee- of zoute visch?
aw. Kabeljaauw, fchelvisch, fchol en rog uit
de