Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 86 — ^
waar : waar = geld : geld
lood: pond = igl^guld. : x guld.
$i m
%i m 3
$ 9 JJ
k 25
2
225
3
2/G75 /837.V = a;.
Vooreerst hebben wij iederen term met zijnen noemer ver-
menigvuldigd; toen den tweeden term met 100, om dien
met den eersten gelijknamig te hebben; vervolgens hebben
wij 22 en 9 als factors bij den eersten term geschreven,
omdat de tweede term 22 maal en de derde term 9 maal
te groot was genomen (3® JEigens.); verder hebben wij bij
den derden term den factor 3 geplaatst, omdat wij den
eersten term 3 maal te groot genomen hadden; en daarna
hebben wij alle buitenste factoren tegen eenen binnensten,
die daarvoor vatbaar was, verkleind, en eindelijk het pro-
duct der overschietende binnenste, 9 X 25 X 3, gedeeld
door het product 2 der overschietende buitenste.
a>w«/wwwna
Vragen.
1. Waarom heeten de Ie met den 3°, en de 2e met
den term eener evenredigheid overeenkomstige termen?
2. Welke eigenschap wordt eerst toegepast alvorens tot de |
oplossing of het zoeken van den onbekenden term over te gaan ?
3. Is ef nimmer eene voorafgaande herleiding noodig?
4. Hoe kan men Aen regel van drieën in ffebroke7ts, temg
brengen tot dien in geheele getallen?
5. Beredeneer uitvoerig eenig voorbeeld.
6. Zoek voor de evenredigheden a x : x — c : d
en p : q = X : a—x twee andere evenredigheden, waarin
X slechts in éénen term voorkomt.

HOOFDSTUK VI.
Over de zamengestelde evenredigheden.
§ 20. Wij hebben reeds in de derde aanmerking van § 17