Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 78 — ^
grootheden eene evenredigheid uitmaken; eene evenredighe
bestaat dus uit de gelijkheid van twee redens.
Hieruit volgt verder: 1° dat eene evenredigheid bestai
uit twee redens, die men de eerste en de tweede noem
en uit vier grootheden, die men de termen "noemt.
dat de eerste term van de evenredigheid gelijkslacht
moet zijn met den tweeden, en de derde met den vierden, ma;
niet de eerste of tweede met den derden of vierden;
3° dat de vierde term even zooveelmaal grooter of kleim
moet zijn dan de derde, als de tweede grooter of kleiner
dan de eerste;
dat men voor iedere evenredigheid van grootheder
eene evenredigheid van onbenoemde getallen kan krijgen
door de grootheden met derzelver gemeene maat te metei
§ 11. Het menigvuldige gebruik der evenredigheden maak
het noodig, aan derzelver termen verschillende namen te gever
1a] A\ B = C: B eene evenredigheid, dan noemt men
A en B, de termen der eerste reden;
C en B, de termen der tweede reden;
A en C, de voorgaande
termen der evenredigheid.
B en B, de volgende
A en B, de buitenste
B en G, de binnenste
§ 12. De evenredigheden hebben verscheidene belangrijki
eigenschappen. Men moet echter wel in het oog houden
dat deze alleen doorgaan en bewezen zullen worden vai
onbenoemde getallen; daar echter (D. H, § 10, gev. 4) alk
evenredigheden hiertoe zijn terug te brengen, kan men di(
eigenschappen veilig in alle evenredigheden gebruiken.
Vragen.
1. Wanneer maken vier grootheden eene evenredigheid uit ?
2. Wat is eene evenredigheid? Uit hoeveel termen be
staat die? Hoe zijn derzelver verschillende namen?
3. De vierde term verhoudt zich tot den derden, als ..
wat tot wat?
4. Hoe kan men iedere evenredigheid van grootheden
veranderen in eene evenredigheid van getallen?