Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
THEORETISCHE GRONDEN
der

1 i a i 1 a 15 sr iD i
VOOR EERSTBFGINNENDEN.
TWKEDK DEEIi.
HOOFDSTUK I.
Over äe reden.
1. Wij zijn nu in staat om tot eene grondigere beschou-
wing der onbenoemde getallen overtegaan, dan dit mogelijk
pas toen wij den leerling daarmede het eerst bekend maakten.
Wij hebben vroeger gezieji, dat de getallen de namen der
loeveelheden zijn; men kan zich dus geen getal denken, zon-
ler zich de hoeveelheid voortestellen, waarvan het de naam is;
;n daar nu eene hoeveelheid eene verzameling van eenheden
kan men zich die niet anders dan van verzamelde dingen
lenken: uit deze redenering zoude dus volgen, dat er eigenlijk
;eene volstrekt onbenoemde getallen zijn, en de vraag doet zich
lus voor, wat men daaronder dan te verstaan hebbe.
§ 2. Wij hebben gevonden: 1° dat een vermenigvuldiger
mbenoemd moet zijn, en alleen moet aanduiden hoeveel malen
met vermenigvuldigtal moet genomen worden; 2° dat liet quo-
tiënt bij de verhoudingsdivisie onbenoemd is, en alleen aanduidt
hoeveel malen de deeler óp het deeltal is begrepen; 3° dat ein-
dehjk de aanwijzer eener magt onbenoemd is, en alleen aan-
duidt hoeveel malen een getal met zich zelf. vermenigvuldigd is.
Wij zien dus, dat de onbenoemde getallen altijd willen zeggen
hoeveel malen, en te pas komen om aanteduiden: 1° hoeveel