Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 71 — ^
eenen uur- en eenen minuutwijzer. De minuutwijzer loopt
de wijzerplaat eenmaal in ieder uur of 60 minuten af, en
is deze daarom in 60 gelijke deelen afgedeeld. De uurwij-
zer loopt de wijzerplaat, die ook nog in 12 gelijke deelen
afgedeeld is, tweemaal rond in den tijd, dat de aarde een-
maal om hare as draait.
Wij hebben dus twaalf uren 's middags, wanneer na of
voor ons, alle andere plaatsen van den aardbol middag heb-
ben. En dewijl de aarde van het westen naar het oosten draait,
zoo hebben alle ])laatsen, die oostelijk van ons liggen, den middag
vroeger dan wij, en die westelijk van ons liggen, later dan wij.
§ 122. Eene tweede maat en verdeeling, waarvan wij spre-
ken moeten, is die van den cirkel. Men verdeelt denzelven in
vier deelen, die men kwadranten noemt, en dit geschiedt door
twee middellijnen loodregt op elkander te plaatsen; de hoeken,
welke daardoor aan het middelpunt gevormd worden, noemt
men regte hoeken, en deze zijn altijd even groot.
De regte hoek wordt verdeeld in 90 deelen, graden genoemd;
het is dus klaar, dat ook alle graden even groot zijn.
In de aardrijkskunde is men echter gewoon, den graad te
beschouwen als het 360ste gedeelte van den omtrek eens cirkels,
en alsdan is een graad natuurlijk grooter of kleiner naar gelang
van de grootte des cirkels, zoo als dit op de globe duidelijk 'in
het oog valt: de graden toch op de parallele cirkels zijn kleinesr
dan die op den evenaar, en worden kleiner en kleiner, naar-
mate men de polen nadert. De graden op de middagcirkds
daarentegen zijn alle even groot.
Men heeft den regten hoek ook verdeeld in honderd graden;
den graad weder in 100 secunden, en de secunde in 100 ter-
tiën: deze laatste, min gebruikehjke verdeeling, noemt men
de decimale ; de eerste, de sexagesimale verdeeling.
§ 123. Zeer gemakkelijk worden sexagesimale graden tot
decimale herleid, en omgekeerd. Wij hebben hierbij slechts
in het oog te houden, dat de regte hoeken altijd gelijk zijn.
Laat ons ten voorbeelde, 13° 14' 17" sexagesimaal, her-
leiden tot decimaal.