Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 64 — ^
en gewigten hebben tot stand gebragt. In 1792 werden de
Heeren MécJiain en Delamlre afgevaardigd om |een gedeelte
van eenen middagcirkel optemeten, en wel den afetand
tusschen Barcelona en Duinkerken; was er een gedeel-
te van dien cirkel gevonden en wist men welk gedeelte
het was, dan kende men ook de lengte van den geheelen
cirkel. Deze heeren kweten zich met groote volharding van
hunne zeer moeijelijke onderneming, en volbragten dezelve
in 1798.
Hiermede niet tevreden, verzochten nu de Franschen alle
buitenlandsche geleerden, om deel te nemen aan een wis-
kundig congres, hetwelk in 1799 gehouden en waarbij dit
groote werk op de grondigste wijze afgehandeld werd. Spanje,
Zwitserland, bijna alle staten van Italië, Denemarken, en de
Nederlanden zonden er hunne afgevaardigden; en het is
eene vermeldenswaardige bijzonderheid, dat, onder al die
geleerden, onzen landgenoot van Swinden de eer te beurt viel,
van tot rapporteur in deze gewigtige werkzaamheid gekozen
te worden.
§ 116 De lengte van eenen middagcirkel is eene besten-
dige, onveranderlijke, bepaalde grootheid: aan eene omwen-
teling toch in onze aarde, of eenige andere oorzaak, waar-
door die zoude kunnen veranderen, valt niet te denken; en
alzoo werd door het congres vastgesteld, dat de lengte van
eenen middagcirkel tot grondslag van het stelsel aangenomen,
en het 40 millioenste gedeelte van denzelven metre genoemd
zoude worden. Daar echter het werk der opmeting zes
jaren had geduurd, en aan zoo vele zwarigheden onderhevig
was geweest, was men tevens bedacht, om bij onverhoopt
verlies van den oorspronkelijken ligger en van al de naauw-
keurig vervaardigde kopijen, op eene gemakkelijkere wijze
dezen mètre te kunnen wedervinden. Men heeft daartoe
met de grootste z^)rgvuldigheid op het observatorium te Pa-
rijs, de lengte van den slinger voor eene secunde bepaald,
en daarmede die van den mètre vergeleken, hetgeen men op
vele andere plaatsen, ook bij ons te Leiden, heeft nagevolgd,
waardoor men nu zeer spoedig de lengte van den mètre
zoude kunnen terug vinden.
§ 117 a.) Door den metre had men dus de lengtemaat.
è.) Voor de vlaktemaat nam men een vierkant, dat tien
lang en tien mètres breed was, en noemde dit are.