Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
— 62 — ^
S. Hoeveel vermenigraldigingen met 10 zijn er noodig
om f te doen opgaan?
4. Uit hoeveel cijfers zal 4 tot eene decimale breuk her-
leid, bestaan?
5. En uit hoeveel ||?
6. Zal H opgaan? en H, iH, «i, iM?
7. Zullen jV, if, fl, ztiivere (f onzuivere repeterende
gebrokens geven? Hoeveel cijfers zullen er niet repeteren?
8. Behoort bij 0,090909 enz. en bij 0,012021212 enz.
de O in beide de breuken tot het repetendum ?
9. Zoudt gij wel een onzuiver repeterend gebroken kun-
nen vinden, dat alleen twee nullen vóór het repetendum
had, die dus niet terugkeerden?
10. Hoeveel verschillende resten, zijn er mogelijk, als
men deelt door de getallen 13, 17, 31, 73, 97?
11. Hoeveel zijn er in het algemeen mogelijk, als men
door eenig getal a deelt? »
12. Als a de noemer is van een gewoon gebroken, dart
herleid zijnde, repeteert, zal dan het repetendum ook zeker
uit a—1 cijfers bestaan?
13. Zeg den regel om repeterende gebrokens tol gewone
gebrokens te herleiden, en toon dien aan door voorbeelden.
HOOFDSTUK XX.
Het wijsgeerige stelsel van maten en gewigten.
§ 113. Voorheen had niet alleen ieder land deszelfs ei-
gene en bijzondere maten en gewigten j maar in hetzelfde
land verschilden die nog in de onderscheidene gewesten, ja
zelfs in de steden van dezelfde provincie; zoo dat men in
eene andere stad of plaats komende, veeltijds wel dezelfde na-
men wedervond, doch daarbij groot gevaar liep van zich mer-
kehjk te vergissen, als men daaraan het denkbeeld van dezelfde
grootte en zwaarte hechtte, als die men gewoon was daaraan
toe te schrijven.
Het zal onnoodig zijn over den last uitteweiden, dien dit in
het dageüjksch verkeer niet alleen, maar ook in de wetenschap-