Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 53 — ^
Heeft het deeltal alleen een gebroken, zoo is er geene
andere herleiding van gebroken noodig, dan de zamenge-
stelde aan het einde der bewerking, even als in het voor-
gaande voorbeeld.

V p a g' e Ji.
1. Wat is de regel bij de deeling der gebrokens? Bewijs dien.
2. Waarom keert men den deeler om, en niet het deeltal?
3. Wat zou er wel uitkomen als wij het deeltal omkeerden ?
4. Als wij met het komende quotiënt weder een derde
gebroken of geheel getal hadden moeten deelen, zouden wij
de ware uitkomst ook hebben gevonden, indien wij dit derde
getal met den eersten deeler en het omgekeerde van het
eerste deeltal hadden vermenigvuldigd?
5. Welke zijn de twee manieren om een gemengd getal
door een ander gemengd getal te deelen ? Welke manier is
verkieslijk ?
6. Weet gij ook te zeggen, waarom 1' 1" 1"'juist 60
1' 1" V"
maal gaat op 1° 1' 1"? en waarom-y^-p—p;- = ^jV is?
7. Kunt gij ook reden geven van de volgende korte be-
werkingen ?
3' 3" 3"'/1° 1' 1'7 V = 20. 12' 12" 12"71° 1' 1" / H = 5.
1° 1' 1" / 36' 36" 36"' / n = i- 1° 22" 21'"
/ t° 1' 1" / = 81' 81" 81"' / 1° 1' 1" / =
1° 1' 1"/ 1° 46' 46" 45"'/= 1° 1' 1"/ 105' 105" 105"'/
= W =-} = lï-
8. Zoek dan nu eens op de kortste wijze de quotienten
der volgende uitdrukkingen:
57' 57" 57"' / 19° 19' 19" 29' 29" 29"'/l° 28' 28" 27'"
1° 1' l"/2° 26' 26" 24"' 1° 6' 6" 5"'/2° 51' 51" 49'"
9. Geef eens een voorbeeld van eene zamengestelde optelling.
10. Nu van eene optelling van zamengestelde gebrokens.
11. Yan eene zamengestelde aftrekking.
12. Van eene aftrekking van zamengestelde getallen.
13. Van eene vermenigvuldiging vanzamehgesteldegetallen.
14. Geef nu eindelijk een voorbeeld van eene zamenge-
stelde verdeelingsdivisie, waarbij de deeler een zamengesteld
getal zij.