Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 50 — ^
gebroken, en hebben dit laatste product door den noemer
van het gebroken gedeeld; waarbij wij op het laatst nog de
5'
zamengestelde breuk -y tot het eenvoudige gebroken
hebben herleid, en eindelijk hebben wij de twee gevondene
producten te zamen opgeteld.
Wij zijn ondertusschen aan deze wijze van bewerken niet
gebonden. In plaats van 12f hadden wij het ongebruikelijke
gebroken kunnen nemen, en dan eerst met 87 vermenig-
vuldigen en het komend product door 7 deelen: welke wijze
verkieslijk is, wanneer het zamengestelde getal klein is.
wuwwvwwn
Vragen.
1. Wat is het beginsel, waarop de vermenigmldiging
der gebrokens berust?
2. Hoe wordt de bepaling van de optelling bij de gebrokens?
3. Hoe, die van de aftrekking?
4. Hoe, die van de deeling?
5. Waarom gaat de bepaling, die wij bij de vermenigvul-
diging der geheele getallen gegeven hebben, bij de gebrokens
niet door?
6. Toon eens door een voorbeeld, dat de vermenigvuldi-
ging der gebrokens somtijds eene eigenlijke deeling is.
7. Kent gij ook een woord, dat bij de vermenigvuldi-
ging der gebrokens geheel van beteekenis verandert?
9. Geef eene bepaling van de vermenigvuldiging, die
voor alle gevallen goed is, en verklaar dezelve.
9. Waaraan is het gedurige product van eenige gebro-
kens gehjk?
10. Waarop hebbe men hierbij te letten om noodeloos
werk voor te komen?
11. Op welk beginsel berust het doorschrappen der ge-
lijke factoren in de tellers en noemers tegen elkander?
12. Kunt gij ook verklaren, dat van een derdedeel,
een vijftiende deel is?
13. Hoe komt het, dat, terwijl 3 van 7 wil zeggen:
3 van 7 aftrekken, daarentegen ^ van j , vermenigvuldigen
beteekent ?