Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— ér-
en 7, die in beide voorkomen, tegen elkander uit (§ 52),
sn behouden 3 op 101 = 33|. In beide gevallen nu,
vereenvoudigen wij de bewerking merkelijk; het is daarom raad-
zaam, om bij ieder voorstel, de vermenigvuldiging altijd tot het
laatst uittestellen, ten einde des te gemakkelijker de factoren
te erkennen. De toepassing hiervan is bij het vermenigvuldigen
der gebrokens van groot nut. Men splitse daartoe de tellers
en noemers in derzelver factoren, of onderzoeke of zij gemee-
ne deelers hebben, ten einde die tegen elkander door te
schrappen. Een voorbeeld zal dit nader ophelderen. Zij
gevraagd, te vermenigvuldigen ^ X | X ff X -H X iV
„ j , . 2 2.2 5.5 2.2.3.3 7 3.3
X dat is^ X 5-X^ X -^X
Nu schrappen wij alle gelijke factoren in tellers en noemers
tegen elkander door; _ wij hebben vijf magten van 2 in de
tellers, en vier magten van 2 in de noemers, blijft eene
magt van 2 in den teller; wij hebben vier magten van 3
in de tellers, en vijf in de noemers, blijft eene in den noe-
mer; iwee magten van 5 in de tellers, eene in de noemers,
blijft eene in den teller; eene magt van 7 in de tellers, twee
in de noemers, blijft eene in den noemer; en eindelijk nog
eene magt van 11 in den noemer; het geheele product is dus
2.5__10
3.7.11 23l'
Men gaat hierin gewoonlijk korter te werk, door die fac-
toren slechts tegen elkander te deelen, de gegevene getallen
door te schrappen, en de quotiënten er boven te schrijven.
De bewerking komt alsdan dus te staan:
1
1 5 0 1 1
2 ^ %$ % 0 ' 10
— X — X — X — X — X — =---
$ 5! ?IÏ « H 11 231
113 7«
1
Men moet bij deze manier omzigtig zijn, de cijfers naauw-
keurig door te halen, en de quotienten duidelijk te schrij-
ven, daar zij anders ligt aanleiding tot abuizen geeft.
§ 100. Wij moeten nu nog zeggen, hoe men met za-
mengestelde getallen vermenigvuldigt.