Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 44 — ^
Uit dit weinige aangevoerde zal het den leerling niet
moeijelijk zijn, zelf den regel optemaken.
§ 96. «.) Be aftrekking der gebrokens berust op het
beginsel, dat het verscihil van twee gebrokens, die denzelf-
den noemer hebben, gelijk is aan het verschil der tellers,
gedeeld door dien noemer.
De leerling vind de opheldering van dit beginsel uit § 95 a.
h.) Indien de noemers ongelijk zijn, brengt men dezelve
eerst tot gelijke noemers.
e.) Als men een gebroken of een zamengesteld getal
van een geheel getal, of twee zamengestelde getallen van
elkander moet aftrekken, en het gebroken van den aftrek-
ker grooter is dan dat van het aftrekkingsgetal, dan berust
het leenen van een geheel, op het beginsel, dat het geheel
zooveel deelen bevat, als waarin het verdeeld wordt.
De wijze van bewerking en den regel laten wij aan den
leerling over om zelf te vinden.
Vragen.
1. Waarop berust de op- en aftrekking der gebrokens?
2. Is de som van twee gebrokens gelijk aan de som
der tellers, gedeeld door de som der noemers?
3. Kan men eenige gebrokens zonder voorafgaande her-
leiding optellen?
4. Geef eens eenen regel voor de optelling der gebrokens.
5. Ook eenen voor de aftrekking, waarin het geval
wordt begrepen, dat men twee zamengestelde getallen af-
trekt, waarvan het gebroken des aftrekkers grooter is dan
dat des aftrekkingsgetals.
6. Hoe zoudt gij een gebroken, hoe een zamengesteld
getal van een geheel getal aftrekken?
7. Hoe trekt men twee zamengestelde gebrokens van
elkander af?
MM