Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 27 — ^
^ ras en.
1. Waarom heet de optelh'ng, aftrekking, vermenigvul-
diging en deeling met de graden en derzelver minderdeelen,
zamengesteld?
2. Hoe worden de graden verdeeld, en hoe is derzelver
schrijfwijze?
3. Waarom begint men bij de deeling bij de graden,
en bij de drie andere regels bij het laagste minderdeel?
HOOFDSTUK IX.
Deelbaarheid der getallen.
§ 68. Alle getallen zijn oorspronlcelijhe of eerste getallen,
of wel zij bestaan uit het product van twee of meer oor-
spronkelijke getallen. Zoo zijn 2 en 3 oorspronkelijke ge-
tallen; 4 en 6 zijn daarentegen producten van 2 en 2 en
van 2 en 3. De eerste noemt men ondeelbare, die dus niet
uit het product van kleinere getallen bestaan; de andere
noemt men deelbare, en deze zijn altijd producten.
§ 69. Men zal wel doen, de ondeelbare getallen, tot
100 ten minste, van buiten te kennen; zij zijn
2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, 23, 29, 31, 37, 41, 43,
47, 53, 59, 61, 67, 71, 73, 79, 83, 89, 97.
§ 70. Indien men de opvolgende rei der getallen 1,2,
3, 4 enz. met 2 vermenigvuldigt, krijgt men alle evene
getallen: alle evene getallen zijn dus deelbaar door 2, en
dus behooren zij alle, uitgezonderd het getal 2 zelf, tot
de deelbare getallen. Hieruit volgt ook, dat alle ondeel-
bare getallen, uitgezonderd 2, oneven zijn.
§ 71. Het is zeer moeijelijk, aan een groot oneven getal
te zien of het deelbaar of ondeelbaar is. Meestentijds kan
men dit alleen ontdekken, door hetzelve achtervolgens door
de rei der ondeelbare getallen te deelen; en dit verrigtende,
kan men besluiten, dat het getal ondeelbaar is, wanneer
het quotiënt kleiner dan de deeler wordt, omdat men, ver-
der voortdeelende, geen getal tot quotiënt meer kan beko-
men, dat men niet reeds beproefd hebbe.