Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 24 — ^
c. Als ik de getallen 7 ei4 5 bij elkander optel, en de
som met 10 verminder, dan is de rest gelijk aan het ver-
schil dier getallen.
4. Schrijf nu nog eens het volgende in vergelijkingen:
a. Een getal a, met zeker getal verminderd, is gelijk aan h.
i. Indien men van zeker getal het getal a aftrekt, dan is dat
verschil gelijk aan dat onbekende getal, wanneer men het door
i deelt.
c. Een zeker getal is gelijk aan het product van a met
b, verminderd met driemaal dat getal.
' Het wordt den onderwijzer overgelaten, deze vragen met
meer dergelijke aan te vullen.
vwvw^/www
HOOEDSTUK YHI.
Oner de zamengestelde optelling, aftrehUng, vermenig-
vuldiging en deeling.
§ 58. Deze regels, die vroeger in de rekenboeken met
de herleiding der onderscheidene maten en muntspecies eene
groote plaats besloegen, hebben door de invoering van het
nieuwe stelsel van maten en gewigten (zie hoofdstuk XIX),
zeer veel van derzelver gewigt verloren; daar men echter bij
de graden nog altijd de volgende verdeeling houdt: van eenen
graad in 60 minuten, eene minuut in 60 seconden, en eene
seconde in 60 tertiën te verdeelen, en het in de meetkunst
onophoudelijk voorkomt, daarmede te werken, hebben wij
dit niet stilzwijgend kunnen voorbijgaan.
§ 59. Het menigvuldige gebruik der woorden graden,
minuten, seconden en tertiën, heeft het noodig doen ach-
ten hiervoor bijzondere teekens te nemen. Zoo schrijft men:
12 graden, 3 minuten, 4 seconden en 5 tertiën, aldus:
12° 3' 4" 5"'
§ 60. De optelling enz. van de graden met derzelver
onderdeden heet zamengesteld, omdat men bij de bewerking
ook de andere regels noodig heeft, zoo als uit de bewer-
king der onderstaande voorbeelden zal blijken. Daar deze
regels zeer gemakkelijk zijn, zal het voldoende zijn voor
iederen regel een voorbeeld uit te werken.
§ 61. Optelling. Zij gegeven optetellen: