Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 19 —
derdtallen voegende, hebben wij 1282 honderdtallen in 375
gelijke deelen te verdeelen. Wij vinden voor ieder deel, 3
honderdtallen, en hebben dus 3 maal 375 of 1125 honderd-
tallen doorgedeeld, en er blijven er 157 over; hierbij de ge-
gevene 5 tientallen voegende, hebben wij 1575 tientallen
door te deelen. Wij vinden Voor ieder deel, 4 tientallen,
en hebben dus 4 maal 375 of 1500 tientallen doorgedeeld;
er blijven er nog 75 over, waarbij de O gegevene eenheden
gevoegd, 750 eenheden maken, die in 375 gelijke deelen
verdeeld, juist 2 eenheden geven.
§ 49. Brengen wij nu hetgeen wij tot hiertoe gehad hebben
in cijfers over, dat is, zetten wij de termen der schaal van het
tientallig stelsel, in plaats van die te noemen, op derzelver
eigene plaats, dan zal onze redenering aldus komen te staan:
375 maal 8 duizendtallen 3128250 3000 . . , . . 375 maal 8000
375 maal 3 honderdtallen 1282 . 1125 . . . . 375 maal 300
375 maal 4 tientallen . . 1575 . . 1500 . . . 375 maal 40
375 maal 2 eenheden . . 750 . . . 750 . . 375 maal 2
ü 375 maal 83 42
§ 50. Al het hier aangevoerde is voor de verdeelings-
divisie; doch voor de verhoudingsdivisie is de bewerking juist
dezelfde; want 8342 maal 375 gehjk zijnde aan 3128250,
is het onverschillig of wij 375 als den vermenigvuldiger, of
als het vermenigvuldigtal beschouwen; het getal, dat wij zoe-
ken (8342) zal met het gegeven getal 375 altijd het andere
gegevene getal 3128250 voortbrengen. Uit de voorgaande
redenering leiden wij dezen algemeenen regel af:
a. Sclirijf deeler en deeltal naast elkander, de deeler
aan de linkerhand en eene streep tusschen beide.
l. Beproef den deeler op de eerste cijfers van het deel-
tal, op juist zooveel, als waaruit de deeler bestaat, en als
dit niet kan, op één meer.
c. Sclurijf het gevonden cijfer als eerste cijfer van het
quotiënt achter eene afscheidingsstreep; vermenigvuldig daar-
mede den deeler, en trek het product af van de cijfers ,
waarin gij beproefd hebt.
2*