Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 16 — ^
14. Als ik het vermenigvuldigtal in 2 deelen, en den
vermenigvuldiger in 3 deelen verdeelde, hoeveel vermenig-
vuldigingen zoude ik dan wel te doen hebben, om het ge-
heele product te vinden?
15. Maar als ik het eerste in 2 factoren, en den ande-
ren in 3 factoren splitste, hoeveel vermenigvuldigingen zoude
ik dan wel moeten doen om het geheele product te vinden?
16. Als ik het vermenigvuldigtal 3 maal, en den verme-
nigvuldiger 7 maal te groot neem, hoeveel maal zal dan
het product te groot zijn?
17. Als al de factoren van een getal gelijk zijn, hoe
heet dan derzelver product?
HOOFDSTUK VI.
Beeling.
§ 42 Deelen is een getal zoeken, dat met een gegeven
getal vermenigvuldigd, een ander gegeven getal voortbrengt.
§ 43. Het eerste der gegevene getallen noemt men den
deeler, het andere gegevene getal noemt men deeltal en
het te zoeken getal, quotiënt.
§ 44. Uit het zoo even gezegde volgt, dat de deeler,
vermenigvuldigd met het quotiënt, gelijk moet zijn aan
het deeltal; waaruit wij zien, dat de deeling gevormd is
van de vermenigvuldiging, waarin, of de vermenigvuldi-
ger, of het vermenigvuldigtal onbekend is, terwijl het
product gegeven is. Als ik b. v. 7 in 56 wil deelen, als
ik wil weten hoeveelmaal 7 op 56 begrepen is, dan is dat
hetzelfde als of de vraag was: met welk getal moet ik 7
vermenigvuldigen om 56 te krijgen? Nu is dat gezochte
getal 8; en men kan dit hier naar willekeur voor den
vermenigvuldiger of voor het vermenigvuldigtal nemen,
omdat het alle onbenoemde getallen zijn. Wij zien dus,
zoo als wij boven zeiden, dat bij de deeling het product,
hetwelk bij die bewerking deeltal heet, altijd gegeven is,
en dat men naar den vermenigvuldiger of het vermenigvul-
digtal zoekt. Het getal dus, dat bij de vermenigvuldiging
onbekend is, is bij de deeling altijd gegeven; dit doet reeds