Boekgegevens
Titel: Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Auteur: Woelderen, C.L. van
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9866
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203049
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretische gronden der rekenkunde, voor eerstbeginnenden: dienende ter inleiding tot de studie der wiskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
— 11 —
V r a g- e n. *
1. Wat is de afireTcldng? hoeveel getallen komen er in
voor? hoe kan men die noemen?
2. Wat is het verschil?
3. Wat leert de aftrekking vinden?
4. Wat is het tegenovergestelde van eenen regel? Yan
welken regel is de optelling het tegenovergestelde?
Wat verstaat men door overeenstemmende cijfers?
7. Hoe moet men handelen, als het cijfer in het aftrekkings-
getal kleiner is dan het overeenstemmende van den aftrekker ?
7. Waarom moet men, wanneer men de millioentallen
met 1 vermindert, de honderdduizendtallen met 10 verhoo-
gen, even zoo als men de eenheden met 10 moet verhoo-
gen, wanneer men de tientallen met 1 vermindert?
8. Zeg den regel der aftrekking.
9. Wat is eene eigenschap? Welke zijn die der aftrekking?
10. Welke zijn de twee proeven op de aftrekking? ■
11. Indien men eenen term van de schaal van het tien-
tallig stelsel met eenen anderen term vermindert, uit hoe-
veel negens en hoeveel nullen zal dan het verschil bestaan?
12. Waarin veranderen al de opvolgende nullen van het
aftrekkingsgetal, indien die er in zijn, als men bij de eerste
moet leenen? Waarom?
HOOFDSTUK V.
Vermenigvuldiging.
§ 30. Zeer dikwijls doet zich het geval voor, dat men
de som van verscheidene malen hetzeKde getal moet vinden;
en daartoe zouden wij, volgens den regel, dat getal zooveel
malen ondereen plaatsen en optellen. Nu is het natuurlijk,
dat, indien ik b. v. 3857 zesmaal genomen, moet optellen,
ik die bewerking veel zou bekorten, als ik wist, hoeveel
6 maal 7, 6 maal 5, 6 maal 8 en 6 maal 3 was. Dit
nu weten wij uit de tafel van vermenigvuldiging; wij zijn
dus in staat om de som gemakkelijker te vinden door de
vermenigvuldiging. De vermenigvuldiging van geheele getal-